Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

Speerpunt 1: Toekomstbestendig maken van ons pensioenproduct

Doelstellingen voor 2019

Het speerpunt ‘toekomstbestendig maken van ons pensioenproduct’ kende in 2019 de volgende drie doelen:

  1. We hebben in 2020 een robuust product(aanbod) en een bijbehorende bestendige marktordening die aansluiten bij de zeven fundamentele waarden, arbeidsmarktontwikkelingen in de sector zorg en welzijn, alsmede bij de wensen en behoeften van onze deelnemers, werkgevers en sociale partners.

  2. We zetten in op een zzp-oplossing in 2021.

  3. We zetten in op rationalisatie en vereenvoudiging van pensioenproduct en processen (binnen gestelde randvoorwaarden).

Robuust product(aanbod) en bijbehorende bestendige marktordening

Na het stuklopen van de onderhandelingen over een nieuw pensioenakkoord in 2018 presenteerde de minister van Sociale Zaken in een brief aan de Tweede Kamer welke stappen hij wilde nemen om tot een vernieuwing van het pensioenstelsel te komen. Hiermee beoogde de minister de vastgelopen discussie over het pensioencontract weer vlot te trekken. Dit leidde tot een hervatting van de onderhandelingen en in juni 2019 tot een pensioenakkoord. Een stuurgroep bestaande uit kabinet en sociale partners moet dit akkoord verder uitwerken.

PFZW is in faciliterende zin en in samenwerking met enkele andere grote pensioenfondsen betrokken bij de uitwerking van het pensioenakkoord. Het is van belang dat pensioenfondsen en hun deelnemers zicht hebben op een toekomstbestendig pensioencontract dat aansluit op maatschappelijke ontwikkelingen en wij aan de slag kunnen met de overstap op dit nieuwe pensioencontract.

Vanwege ‘een uitzonderlijke economische situatie’ kondigde de minister van Sociale Zaken in november 2019 maatregelen waardoor pensioenfondsen vrijstellingen kunnen gebruiken voor het voorkomen of verzachten van pensioenverlagingen. Een van de vrijstellingen is dat pensioenfondsen met een dekkingsgraad hoger dan 90% (eind 2019) geen kortingen hoeven door te voeren. De maatregelen hebben als doel rust en stabiliteit te creëren bij de uitwerking van het pensioenakkoord. Ondanks de maatregelen is een verlaging op pensioenen en pensioenaanspraken voor PFZW-deelnemers in 2021 niet uitgesloten. Op 31 december 2020 wordt duidelijk of PFZW medio 2021 moet verlagen. Het is daarom van belang dat de uitwerking van het pensioenakkoord slaagt. Over de uitkomsten informeert de minister de kamer medio 2020 met een hoofdlijnennota, het wetsvoorstel moet begin 2021 volgen.

In 2019 hebben gesprekken plaatsgevonden met sociale partners om de zorgverplichtstelling te actualiseren en te verduidelijken. Een actuele en duidelijke omschrijving van bedrijfsactiviteiten in de verplichtstelling helpt de uitvoeringsorganisatie bij de opsporing van werkgevers die onder de verplichtstelling vallen en de handhaving daarvan te vergemakkelijken. Eind 2019 is voldoende draagvlak gebleken onder sociale partners voor een geactualiseerde verplichtstellingstekst voor de zorg. De verwachting is dat uiterlijk 1 juli 2020 een aanvraag tot wijziging van de zorgverplichtstelling bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan worden ingediend.

Algemene ontwikkelingen in de regelgeving voor PFZW van belang

Wet waardeoverdracht klein pensioen

Deze wet trad in werking per 1 januari 2019 en geldt voor kleine pensioenaanspraken die zijn ontstaan bij einde deelneming vanaf 1 januari 2018. Het bestuur van PFZW besloot eind 2018 om gebruik te maken van het recht op automatische uitgaande waardeoverdracht klein pensioen. Voor wat betreft de inkomende automatische waardeoverdrachten is PFZW verplicht om hieraan mee te werken. Ook mag de tot verevening gerechtigde ex-echtgenoot met een geconverteerd recht, de waarde hiervan voortaan overdragen naar de pensioenuitvoerder van de eigen werkgever.

Als gevolg van deze wet zijn afgelopen jaar ook de aanspraken van € 2 of minder vervallen. Voor PFZW gaat hier hierbij om ongeveer 5.000 deelnemers. 

Algemene toelichting en beschrijving van de relevante ontwikkelingen in de wet- en regelgeving

Wet verdeling pensioenrechten bij scheiding

Op 16 september 2019 is het wetsvoorstel Wet verdeling bij scheiding 2021 ingediend. In dit wetsvoorstel wordt conversie van pensioen als verdelingsmethode het uitgangspunt in plaats van verevening. Bij conversie wordt de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd en de helft van het partnerpensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd omgezet (geconverteerd) in een zelfstandig recht voor de ex-partner. Het wetsvoorstel vraagt volgens de Tweede Kamer om een zorgvuldige beoordeling. Daarom heeft de Kamer gevraagd om de behandeling van het wetsvoorstel uit te stellen om het wetsvoorstel en bijbehorende (concept)besluit in samenhang te kunnen beoordelen. PFZW monitort de ontwikkelingen en streeft naar een constructieve bijdrage in dit dossier, waarbij vooral de uitvoerbaarheid een aandachtspunt is.

Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

Op 18 november 2019 startte de internetconsultatie voor het wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen. Dit wetsvoorstel geeft deelnemers de keuze om op pensioendatum een deel van het pensioen op te nemen als bedrag ineens. Daarnaast krijgen deelnemers meer keuzeruimte om eerder te stoppen met werken, doordat fiscale regels rondom de regeling voor vervroegde uittreding en bovenwettelijk verlof worden aangepast. Een van de belangrijkste opmerkingen van PFZW op de internetconsultatie is dat het recht op toeslagen (bijvoorbeeld huurtoeslag) kan komen te vervallen door een opname van de uitkering ineens. PFZW pleit er daarom voor om de inkomsten uit de eenmalige uitkering niet mee te nemen in het toetsinkomen, zodat deelnemers die kiezen voor de eenmalige uitkering niet hun huurtoeslag kwijt raken.

Nabestaandenpensioen

In een brief van 14 januari 2019 vroeg de minister van Sociale Zaken om advies van de Stichting van de Arbeid over de (meer uniforme) invulling van het nabestaandenpensioen. Het advies moet op hoofdlijnen ingaan op de dekking en vormgeving van het nabestaandenpensioen in de tweede pijler. Daarnaast wordt ook aandacht gevraagd voor het wezenpensioen. De Stichting van de Arbeid kwam in 2019 nog niet tot een eensluidend advies voor een uniforme regeling. Ook in 2020 volgt het bestuur de ontwikkelingen op de voet.

Wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2020

Met dit wetsvoorstel is maatwerk mogelijk gemaakt voor met name (vroeg)pensioengerechtigden die al eerder kozen voor vervroegde ingang en hoog-laag varianten van het pensioen. Deze pensioengerechtigden kunnen nu te maken krijgen met een gewijzigde AOW-leeftijd als gevolg van de vertraging in de verhoging van de AOW-leeftijd, zoals afgesproken in het pensioenakkoord. Het wetsvoorstel voorkomt dat deze groep met negatieve fiscale gevolgen te maken krijgt. De uitkering kan ongewijzigd blijven (en tot de oorspronkelijke, latere AOW-leeftijd doorlopen) of worden aangepast (op de nieuwe, eerdere AOW-leeftijd). Als de uitkering niet wordt aangepast, dan heeft dit geen fiscale consequenties. De datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2020.

Wijzigingen in het pensioen- en uitvoeringsreglement

In het pensioenreglement is vastgelegd dat een deelnemer bij een vertraagde betaling van de pensioenuitkering recht heeft op een ambtshalve toekenning van rente als de vertraagde betaling is toe te rekenen aan het fonds.

De rente over de spaarbijdrage voor gemoedsbezwaarden is per 1 januari 2019 niet langer gebaseerd op de voorheen gebruikte rekening, omdat deze rekening niet meer bestaat. Uitsluitend om die reden wordt deze in het pensioenreglement vervangen door een rente die de vervallen rente zoveel als mogelijk benadert. Hiermee is beoogd zoveel mogelijk aan te sluiten bij het huidige beleid.

Zzp-oplossing 

Het ministerie van SZW staat positief tegenover initiatieven van sociale partners met betrekking tot aanvullende pensioenen voor zzp’ers, zo blijkt ook uit het pensioenakkoord. Het ministerie gaat onderzoeken of de doorlooptijd van wetgeving die het mogelijk maakt (tijdelijk) af te wijken van wet- en regelgeving verkort kan worden. 

Rationalisatie en vereenvoudiging van pensioenproduct en processen

In 2019 zijn vereenvoudigingsvoorstellen in samenwerking met de uitvoeringsorganisatie voor de pensioenregeling en -uitvoering verder uitgewerkt en geïmplementeerd. Deze zijn vooral uitvoeringstechnisch van aard en leiden niet tot een wijziging van pensioenaanspraken en -rechten. De voorstellen dragen bij aan het verminderen van complexiteit in de uitvoering, een beter begrijpelijke en uitlegbare pensioenregeling, kostenreductie en een voldoende beheerste uitvoering van de pensioenadministratie.

Bovendien zoeken we naar een modulaire inrichting van de pensioenproducten en klantbediening. Waar deze te ingewikkeld wordt, kijken we of we elementen kunnen weglaten. Dit initiatief wordt in 2020 vervolgd.