Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

Beleggen

Doelstelling financieel rendement

De doelstelling voor het financieel rendement volgt uit de ambitie van PFZW voor een geïndexeerd pensioen waarbij we niet meer beleggingsrisico nemen dan noodzakelijk is zoals hier is verwoord. Aan de hand van een ALM-studie bepalen we de verdeling van het vermogen over vier verschillende bouwblokken: zakelijke waarden, grondstoffen, krediet en vastrentende waarden. Deze verdeling bepaalt het portefeuillerendement en beheerst voor een belangrijk deel het beleggingsrisico.

We hebben drie typen hedges. Deze zijn bedoeld om de actuele dekkingsgraad minder gevoelig te maken voor veranderingen in rente, inflatie en valuta.

De verdeling van het belegd vermogen op hoofdlijnen is in 2019 gewijzigd ten opzichte van 2018. De allocatie naar grondstoffen is verlaagd ten gunste van zakelijke waarden, krediet en vastrentende waarden. Daarmee is ook de verdeling binnen de getoonde bouwblokken op enkele plekken gewijzigd. Zo is binnen zakelijke waarden sprake van verdere groei van de allocatie naar beleggingen in de private markten voor private equity, insurance en infrastructuur. In deze categorieën willen we meer beleggen, maar dit duurt een tijd vanwege de beperkte liquiditeit in deze markten.

Binnen het bouwblok zakelijke waarden groeide het belang van private markten. De lagere allocatie naar grondstoffen is binnen zakelijke waarden herverdeeld naar private markten. Beleggingen in private markten liggen langjarig vast en zijn beperkt bij te sturen. Het is daarom belangrijk om de allocatie van deze beleggingen vanuit een langetermijn perspectief te bezien.

Marktontwikkelingen en toelichting outperformance

Toelichting impact coronacrisis in 2020 

Het jaar 2020 is het jaar van de coronacrisis met als gevolg enorme klappen voor de economie en onze vermogenspositie. We zullen proberen om via kleine stapjes onze strategische positie te herstellen. Tegelijkertijd is 2020 ook het jaar waarin we, met het oog op de lange termijn, moeten investeren in bedrijven die potentieel hebben als deze crisis voorbij is.

Economie en centrale banken

In 2019 nam de wereldwijde economische groei af. Na een periode waarin de groei van het reële bruto binnenlands product (bbp) royaal boven trend lag, is de groei in de Verenigde Staten inmiddels afgezwakt tot trend (2,1% op jaarbasis) en in de eurozone tot net iets onder trend (1,2% op jaarbasis). Dit komt onder andere door de onzekerheid die de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China veroorzaakte, waardoor investeringsbereidheid en de wereldhandelsgroei afnamen. Dit raakte met name de nijverheid, terwijl de dienstensector, die meer afhankelijk is van de binnenlandse vraag, het juist relatief goed bleef doen. De sterke arbeidsmarkt en het hoge consumentenvertrouwen ondersteunden de consumptieve bestedingen in de ontwikkelde wereld. Doordat de werkloosheid laag is, neemt de banengroei af en moet de groei in consumentenuitgaven steeds meer uit loongroei voortkomen. De loongroei trekt sinds 2018 in zowel de eurozone als de Verenigde Staten aan, en ligt inmiddels op jaarbasis op ruim 2% in de eurozone en op bijna 4% in de Verenigde Staten.

Begin 2019 was de verwachting nog dat de centrale banken van de Verenigde Staten en de eurozone de beleidsrentes in 2019 (verder) zouden verhogen en daarmee de normalisatie van het monetaire beleid zouden doorzetten. Als gevolg van een cyclische groeivertraging, die vooral voortvloeide uit de toegenomen onzekerheden door de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China, in combinatie met het uitblijven van een noemenswaardige stijging in de inflatie(verwachtingen), werden de beleidsrentes juist verlaagd. De Amerikaanse centrale bank bestempelde de beleidsrenteverlaging als een tussentijdse aanpassing (“mid-cycle adjustment”). De ECB besloot in september 2019 niet alleen om de rente te verlagen, maar ook om opnieuw obligaties aan te kopen.

Zakelijke waarden: aandelenmarkten kenden een sterk jaar

Het vooruitzicht op renteverlagingen door centrale banken zorgde er aan het begin van 2019 voor dat aandelenbeurzen een groot deel van de koersverliezen van het laatste kwartaal van 2018 goedmaakten. Later resulteerde het vooruitzicht op een handelsovereenkomst tussen China en de Verenigde Staten in uitbreiding van de koerswinsten. Uiteindelijk boekten aandelenbeurzen wereldwijd een winst van ruim 25%. Ook andere zakelijke waarden lieten positieve rendementen zien.

Krediet: beleggingen profiteerden van rentedaling en lagere credit spreads

Binnen het bouwblok krediet was het beeld positief, door de verdere daling van de risicopremies en de risicovrije rente. Emerging market debt local currency viel in positieve zin op, onder andere door de daling van de rentes in opkomende markten en de stijging van de wisselkoersen tegenover de euro. In tegenstelling tot de eerder genoemde beleggingen in krediet wordt bij deze beleggingscategorie het wisselkoersrisico niet afgedekt, waardoor de bijdrage aan het totale portefeuillerendement extra positief was.

Grondstoffen: olieprijs steeg fors

Brent-olie begon het jaar met een forse stijging. De voorraden daalden, onder andere vanwege sancties die de Verenigde Staten aan Venezuela oplegden. Gedurende het jaar liep de olieprijs verder op, onder andere nadat aanvallen werden uitgevoerd op twee belangrijke olie-installaties in Saoedi-Arabië. De installaties – goed voor 50% van de Saoedische olieproductie – waren snel gerepareerd, waardoor deze prijsschok weer verdween. Grondstofbeleggers beleggen in termijncontracten. Voor afloop van het contract worden deze termijncontracten verkocht en worden weer nieuwe contracten met een langere looptijd aangekocht, een proces dat zich maandelijks herhaalt. 

Vastrentende waarden: afdekking rente- en valutarisico

De lange rentes waren al vooruitgelopen op de beleidsdraai van de centrale banken, en zetten vanaf de herfst van 2018 een daling in, die de Amerikaanse 10-jaars rente kortstondig tot 1,5% deed dalen. Over heel 2019 bezien, daalde de Duitse 10-jaars rente met 40 basispunten tot -0,20%. Tussentijds werd een niveau van -0,71% bereikt, maar vervolgens trad herstel op. De 30-jaars swap werd voor het eerst even negatief, maar eindigde het jaar op 0,60%. Binnen vastrentende waarden wordt het renterisico en het inflatierisico van de verplichtingen voor een deel afgedekt via beleggingen in staatsobligaties en inflation linked bonds. We gebruiken derivaten om de afdekking van de risico’s op de gewenste omvang te krijgen en om langlopende verplichtingen af te dekken. Deze derivaten, voornamelijk renteswaps, vormen samen de rente overlay. Door de daling van de lange rente boekten staatsobligaties en de rente overlay een positief rendement.

Net als het renterisico dekken we ook het valutarisico deels af met derivaten. Deze vallen onder de categorie valuta overlay. Een verlaging van de hedgeratio (beide 70%) bij reservevaluta’s dollar en yen voegt minder risico toe dan bij niet-reservevaluta’s. Zo is voor de dollarexposure de ontwikkeling van de eurodollar wisselkoers de bepalende factor. Een belangrijk deel van de beleggingen is in Amerikaanse dollar en het wisselkoersrisico dat hiermee gepaard gaat wordt voor 70% afgedekt. Door de stijging van de dollar tegenover de euro had het gedeeltelijk openlaten van de dollar exposure een positief effect op het rendement van de beleggingsportefeuilles die in dollars beleggen. Valutarisico in opkomende markten wordt niet afgedekt, omdat hier de kosten van afdekking door de hogere rente in deze landen niet opwegen tegen de reductie van het risico.

Toelichting outperformance

Een vergelijking van het nettorendement per beleggingscategorie met de benchmark geeft inzicht in de performance per beleggingscategorie. Deze performance is niet alleen afhankelijk van de keuzes van de portefeuillebeheerder, maar ook van diens vrijheid af te wijken van de benchmark. Een portefeuillebeheerder die de opdracht heeft om de benchmark grotendeels te volgen, laat hooguit een beperkte out- of underperformance zien. In 2019 bedroeg de outperformance van de gehele portefeuille 0,23%. Dit betreft het netto-rendement tenzij expliciet anders is opgenomen. 

De outperformance over 2019 werd vooral gedreven door privaat vastgoed, insurance linked investments (ILI), credit risk sharing (CRS) transacties en infrastructuur. In lijn met 2018 hebben de wereldwijde logistieke fondsen en beleggingen in Nederlandse woningen ook afgelopen jaar een positieve bijdrage geleverd aan het rendement van de private vastgoedportefeuille. Ook beleggingen in kantoren in de vier grootste Nederlandse steden, Berlijn en Seoul leverden over 2019 een bijdrage aan de (out)performance van het Private real estate beleggingsfonds. Credit risk sharing (CRS) transacties geven exposure naar kredietrisico van een portefeuille van leningen die een bank op haar balans heeft. De bank betaalt PFZW een vergoeding voor het overnemen van een deel van het risico dat leningen in een geselecteerde portefeuille niet volledig terugbetaald worden. CRS kende een prima jaar waarin er minder kredietverliezen voorkwamen dan verwacht. Binnen ILI was de outperformance (na twee verliesjaren vanwege vele grote orkanen) te danken aan de allocatiekeuzes van het team door bewust minder risico te nemen. De outperformance binnen private equity is voornamelijk toe te wijzen aan de investeringen in de Verenigde Staten en wereldwijde markten en in het bijzonder door co-investeringen. De outperformance die gerealiseerd is met Investment Grade bedrijfsobligaties gedurende 2019 was volledig het gevolg van kredietselectie. De grootste bijdrages werden geleverd door overwogen posities in bedrijven met relatief hoge kredietpremies. Daarnaast was het fonds overwogen gepositioneerd in achtergestelde obligaties van zowel banken als niet-financiële instellingen, hetgeen ook een sterk positieve bijdrage leverde.
 
Underperformance werd onder andere gerealiseerd bij alternatieve aandelenstrategieën. Dit is met name te wijten aan de stemming op de beurs. De FTSE Developed customized steeg in euro’s gemeten met ruim 30%. De alternatieve aandelenstrategieën blijven in een dergelijk markt achter als gevolg van de nagestreefde lagere risicohouding. Daarnaast zorgde de stijlfactor waarde voor een negatieve bijdrage en bleven de strategieën achter door onderwegingen in enkele grote IT-bedrijven die stegen. De underperformance van het rentemandaat komt grotendeels doordat sinds de zomer bij de dalende rentes de vraag naar renteswaps relatief groter is dan de vraag naar AAA staatsobligaties. Dit heeft mede te maken met het feit dat deze obligaties nu een negatieve rente kennen. Omdat de benchmark gekoppeld is aan swaprentes, maar de portefeuille van PFZW ook staatsobligaties bevat, leidt dit tot een underperformance.

Beleggingen en rendement PFZW

31 december 2019

 

Allocatie
€ In mln
1

In %

Bruto
rendement

Kosten2

Netto
rendement3

Netto
benchmark

Out-
performance

        

Zakelijke waarden

€ 126 208

53,1%

19,0%

0,8%

18,2%

17,7%

0,5%

Aandelen klassiek ontwikkelde markten

€ 28 757

12,1%

25,5%

0,0%

25,4%

25,3%

0,1%

Aandelen klassiek opkomende markten

€ 9 734

4,1%

21,8%

0,1%

21,7%

21,9%

(0,2%)

Aandelen Beleggen in Oplossingen

€ 3 800

1,6%

28,2%

0,3%

27,9%

27,1%

0,7%

Alternatieve aandelenstrategieën

€ 25 254

10,6%

22,1%

0,1%

22,0%

23,4%

(1,1%)

Private Equity

€ 13 960

5,9%

20,9%

4,0%

16,9%

13,7%

2,8%

Beursgenoteerd vastgoed

€ 14 461

6,1%

20,3%

0,1%

20,2%

20,5%

(0,2%)

Privaat vastgoed

€ 14 180

6,0%

9,8%

1,2%

8,6%

5,0%

3,4%

Infrastructuur

€ 9 474

4,0%

8,2%

1,2%

7,0%

6,4%

0,6%

Insurance

€ 5 791

2,4%

4,2%

0,7%

3,5%

3,6%

(0,1%)

Overige zakelijke waarden

€ 798

0,3%

1,7%

2,1%

(0,4%)

5,0%

(5,2%)

        

Grondstoffen

€ 8 622

3,6%

26,1%

0,1%

26,1%

25,5%

0,4%

        

Krediet

€ 31 918

13,4%

11,4%

0,2%

11,2%

10,2%

0,9%

Bedrijfsobligaties ontwikkelde markten

€ 4 504

1,9%

6,6%

0,1%

6,5%

6,2%

0,2%

High yield ontwikkelde markten

€ 2 386

1,0%

10,7%

0,4%

10,3%

11,2%

(0,8%)

Bedrijfsobligaties en high yield opkomende markten

€ 4 693

2,0%

10,8%

0,1%

10,7%

9,7%

0,9%

Emerging markets debt local currency

€ 11 852

5,0%

15,5%

0,1%

15,3%

15,4%

(0,1%)

Credit risk sharing

€ 5 695

2,4%

8,7%

0,2%

8,5%

4,6%

3,7%

Hypotheken

€ 2 788

1,2%

9,3%

0,4%

8,9%

6,8%

2,0%

        

Vastrentende waarden

€ 72 570

30,5%

20,3%

0,0%

20,3%

20,7%

(0,3%)

Rente-afdekkingsmandaat

€ 68 405

28,8%

22,3%

0,0%

22,3%

22,6%

(0,3%)

Legacy vastrentend en Inflatie

€ 2 670

1,1%

(28,4%)

0,0%

(28,4%)

(28,4%)

0,0%

Kas en overig

€ 1 495

0,6%

 

€ 5

€(18)

  
        

Valuta overlay

€ (1.449)

(0,6%)

 

0,5%

€897

  
        

Vergoeding uitvoeringsorganisatie

   

€ 2

   

Doorbelaste algemene kosten

   

€ 1

   
        

Totaal

€ 237 869

100,0%

19,2%

0,4%

18,8%

18,5%

0,2%

PFZW VPL4

€ 503

      

Totaal belegd vermogen

€ 238 372

100,0%

19,2%

0,4%

18,8%

18,1%

0,6%

  • 1 Bovenstaande tabel volgt de indeling van de strategische benchmark van PFZW, waarbij door de bijbehorende vorderingen, schulden en kasposities heen wordt gekeken. Hierdoor sluiten bedragen uit deze tabel niet aan met de balans in de jaarrekening, waar een rubricering volgens de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving wordt toegepast. De allocatie (in euro en percentage) sluit niet aan met de tabel Kosten vermogensbeheer per beleggingscategorie, waarin de allocatie conform Aanbevelingen Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie op basis van het gemiddeld belegd vermogen wordt gepresenteerd.
  • 2 Betreft kosten vermogensbeheer exclusief transactiekosten.
  • 3 Het nettorendement is berekend op basis van een volledige afdekking van de zeven grootste ontwikkelde markten valutarisico’s. Bij de valuta overlay wordt het verschil tussen een volledige afdekking en de werkelijke afdekking van valutarisico’s gerapporteerd.
  • 4 PFZW VPL zijn vooruitbetaalde premies voor VPL (Wet aanpassing fiscale behandeling VUT- en prepensioenregelingen en introductie levensloopregelingen) en worden separaat belegd. Zo wordt het beleggingsrisico geminimaliseerd. Eind 2020 worden hiermee de resterende VPL-verplichtingen ingekocht. De splitsing heeft in het 4e kwartaal plaatsgevonden.

Beleggingsresultaten

Gecumuleerd meerjarig rendement

Het rendement – na aftrek van kosten voor vermogensbeheer – kwam in 2019 uit op 18,8%, 0,2%-punt boven de benchmark. Daarmee komt het gemiddelde rendement sinds de oprichting van het pensioenfonds in 1971 uit op 8,2%. De onderstaande grafiek geeft het cumulatieve gerealiseerde rendement in de afgelopen tien jaar weer (8,7%).

Z-score en performance toets

De performancetoets is door de wetgever bedoeld om de kwaliteit van de uitvoering van het beleggingsbeleid te meten. Deze wordt berekend op basis van de Z-scores van vijf opeenvolgende jaren. De Z-score is een voor kosten en risico gecorrigeerde (outperformance-)maatstaf waarbij het rendement van de portefeuille wordt vergeleken met het rendement van de vooraf vastgestelde normportefeuille. Als de performancetoets niet wordt gehaald, vervalt de verplichtstelling voor de werkgevers die bij PFZW zijn aangesloten. PFZW voldoet aan de performancetoets aangezien de score hoger is dan -1,28.

De tabel hierna geeft de Z-score en de performancetoets van de afgelopen vijf jaar weer.

Z-score en Performancetoets

Jaar

Z-score

Performancetoets

2015

1,34

2,08

2016

1,30

2,35

2017

0,72

2,37

2018

1,12

2,41

2019

1,05

2,48

In 2019 lag het netto rendement op de feitelijke portefeuille 1,8% hoger dan op de normportefeuille.

Gecorrigeerd voor kosten en risico komt PFZW over 2019 op een Z-score van 1,05. De Z-scores vanaf 2015 bepalen de performancetoets tot en met 2019. De performancetoets komt uit op een score van 2,48 en daarmee slaagt PFZW voor de performancetoets.

Aansluiting naar de jaarrekening en kostentoelichtingen

Portefeuille-indeling

          

31 december 2019

(bedragen x € 1 miljoen)

            
 

vastgoed

infrastructuur

aandelen

private equity

leningen

obligaties

geldmarktbeleggingen

derivaten activa

Grondstoffen

overige beleggingen

Totaal

vorderingen en schulden

derivaten passiva

Belegd vermogen

Zakelijke waarden

              

Aandelen klassiek ontwikkelde markten

-

-

28.724

-

-

-

31

-

-

-

28.755

1

-

28.756

Aandelen klassiek opkomende markten

-

-

9.734

-

-

-

-

-

-

-

9.734

-

-

9.734

Aandelen Beleggen in Oplossingen

-

-

3.711

-

-

-

84

-

-

-

3.795

5

-

3.800

Alternatieve aandelenstrategieën

-

-

25.254

-

-

-

-

-

-

-

25.254

-

-

25.254

Private equity

-

-

-

14.024

-

-

81

-

-

-

14.105

(145)

-

13.960

Beursgenoteerd vastgoed

14.459

-

-

-

-

-

-

-

-

-

14.459

2

-

14.461

Privaat vastgoed

14.155

-

-

-

-

-

20

-

-

-

14.175

5

-

14.180

infrastructuur

-

9.456

-

-

-

-

2

12

-

-

9.470

16

(12)

9.474

insurance

-

-

-

-

-

2.319

57

-

-

3.462

5.838

(47)

-

5.791

Overige zakelijke waarden

-

-

44

45

66

-

3

-

-

649

807

(9)

-

798

               

Grondstoffen

-

-

-

-

-

-

-

-

8.621

-

8.621

1

-

8.622

               

Krediet

              

Bedrijfsobligaties ontwikkelde markten

-

-

-

-

-

4.504

-

-

-

-

4.504

-

-

4.504

High yield ontwikkelde markten

-

-

-

-

-

2.386

-

-

-

-

2.386

-

-

2.386

Bedrijfsobligaties en high yield opkomende markten

-

-

-

-

94

4.526

74

-

-

-

4.694

(1)

-

4.693

Emerging markets debt local currency

-

-

-

-

-

11.859

(7)

-

-

-

11.852

1

(1)

11.852

Credit risk sharing

-

-

-

-

-

5.717

27

-

-

-

5.744

(49)

-

5.695

Hypotheken

-

-

-

-

2.774

-

(1)

-

-

-

2.773

15

-

2.788

               

Vastrende waarden

              

Rente- afdekkingsmandaat

-

-

-

-

-

51.852

(2.716)

19.102

-

-

68.238

(125)

292

68.405

Legacy vastrentend en inflatie

-

-

-

-

33

7.686

2

4.710

-

-

12.431

(1)

(9.760)

2.670

Kas en overlay

-

-

-

-

-

-

14.950

865

-

-

15.815

(15.079)

(187)

549

               

Eindtotaal

28.614

9.456

67.467

14.069

2.967

90.849

12.607

24.689

8.621

4.111

263.450

(15.410)

(9.668)

238.372