Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

28 Aanpassing actuariële grondslagen

(bedragen x € 1 miljoen)

2019

2018

   

Aanpassing AOW-leeftijd

547

107

Uittreedgedrag

585

49

Prognosetafel

-

2.690

Ervaringssterfte

533

424

Arbeidsongeschiktheid

130

65

Revalidatie

(856)

81

Samenlevingsfrequenties

234

-

Ruilkansen

(107)

-

Loonontwikkeling en prijsinflatie

(162)

(61)

Overig

181

-

   

Totaal

1.085

3.355

    In 2019 heeft er een volledig grondslagenonderzoek plaatsgevonden. Hierbij zijn alle grondslagen geactualiseerd. Vanaf 2022 zal elke twee jaar een volledig grondslagenonderzoek uitgevoerd worden, vanaf dan zullen de cycli van het volledige grondslagenonderzoek en de AG-prognosetafel gelijk lopen.

    De verwachte AOW-leeftijd stijgt minder hard, door het pensioenakkoord. Hierdoor lopen tijdelijke pensioenen minder lang door. Daarbij komt dat deelnemers hun pensioen eerder later ingaan (ten opzichte van de AOW-leeftijd) dan eerder verwacht. Omdat het vervroegen van pensioenen wordt berekend volgens reglementsfactoren met een rekenrente hoger dan de marktrente levert dit een daling van de voorziening.

    De ervaringssterfte corrigeert voor het verschil in levensverwachting tussen de PFZW-populatie en de Nederlandse bevolking. Door de actualisering van de ervaringssterfte daalt de levensverwachting voor vrouwen, waardoor de voorziening daalt.

    Fluctuaties in het arbeidsongeschiktheidspercentage binnen het jaar, zijn uit de arbeidsongeschiktheids- en revalidatiekansen gehaald. Hierdoor zijn beide kansen verlaagd. Omdat de voorziening voornamelijk bestaande arbeidsongeschikten betreft (niet de nieuwe instroom), levert dit per saldo een verhoging van de voorziening op.

    Minder deelnemers leven samen dan eerder was ingeschat. Dit levert een daling van de voorziening op, omdat er naar verwachting minder partnerpensioenuitkeringen ingaan.