Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

16 Financiële positie en financiering

Financiële positie

De actuele dekkingsgraad is gedurende 2019 gestegen van 97,5% naar 99,2%. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste 12 actuele dekkingsgraden op de maandeinden. De reële dekkingsgraad is ook wettelijk gedefinieerd. Dit is de verhouding tussen de beleidsdekkingsgraad en de dekkingsgraad waarbij volledig toekomstbestendig geïndexeerd zou kunnen worden.

De beleidsdekkingsgraad van 96,5% ligt onder de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3% en onder de vereiste dekkingsgraad van 122,7%. PFZW heeft daarom zowel een dekkings- als een reservetekort. De vereiste dekkingsgraad bevat een solvabiliteitsbuffer van 22,7% om de kans om binnen een jaar in een dekkingstekort te komen, te minimaliseren.

De kritische dekkingsgraad per eind 2019 is 94%. Doordat de actuele dekkingsgraad boven de kritische dekkingsgraad van 94% ligt, kan PFZW volgens het herstelplan binnen tien jaar herstellen tot de vereiste dekkingsgraad van 122,7%.

Dekkingsgraden

2019

2018

   

Actuele dekkingsgraad

99,2%

97,5%

Beleidsdekkingsgraad

96,5%

101,3%

Reële dekkingsgraad

77,6%

82,3%

Kritische dekkingsgraad

94,0%

88,0%

Bij het bepalen van de voorziening is gebruik gemaakt van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur. Onderstaande tabel geeft de impact van de verschillende factoren op de ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad weer.

 

2019

2018

   

Dekkingsgraad begin van het jaar

97,5%

101,1%

   

Impact beleggingsopbrengst:

  

◦ Rendement (exclusief rente- en inflatiemandaat)

11,8%

(2,1%)

◦ Rente- en inflatiemandaat

6,5%

1,6%

 

18,3%

(0,5%)

Impact ontwikkeling verplichtingen:

  

◦ Rentetoevoeging voorziening

0,3%

0,2%

◦ Marktwaardeverandering

(17,0%)

(4,7%)

 

(16,7%)

(4,5%)

Impact premies en uitkeringen:

  

◦ Premiebijdrage en pensioenopbouw

(0,3%)

(0,2%)

◦ Verrichten van pensioenuitkeringen

0,0%

0,0%

 

(0,3%)

(0,2%)

   

Impact aanpassing actuariële grondslagen

0,4%

1,6%

   

Indexering

0,0%

0,0%

   

Overige mutaties

0,0%

0,0%

   

Dekkingsgraad eind van het jaar

99,2%

97,5%

    De factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van de dekkingsgraad zijn hieronder toegelicht:

    • Het totaal behaalde rendement in 2019 op de beleggingsportefeuille van PFZW is 18,8%. De reguliere beleggingen zorgen voor een positief rendement. Het behaalde rendement exclusief renteafdekking (11,9%) leidt tot een stijging van 11,8 procentpunt van de dekkingsgraad. Door het positieve rendement van de renteafdekking (6,9%) stijgt de dekkingsgraad met 6,5 procentpunt.

    • Door marktwaardeverandering in de rentetermijnstructuur daalt de dekkingsgraad met 17,0 procentpunt. Hierbij is gerekend met de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per eind december 2019.

    • Door premiebijdrage en pensioenopbouw daalt de dekkingsgraad met 0,3 procentpunt. De premiedekkingsgraad was gedurende 2019 lager dan de actuele dekkingsgraad.

    • Door aanpassing actuariële grondslagen stijgt de dekkingsgraad met 0,4 procentpunt. Dit komt vooral door de aanpassing van de grondslagen uittreedgedrag en AOW-leeftijd.

    De ontwikkeling van de dekkingsgraad in 2019 was als volgt.

    Herstelplan

    Aangezien de dekkingsgraad van PFZW onder de vereiste dekkingsgraad ligt, heeft PFZW in 2015 een herstelplan ingediend. Dit herstelplan wordt jaarlijks geactualiseerd, waarbij wordt getoetst dat binnen tien jaar de dekkingsgraad weer boven de vereiste dekkingsgraad komt. In 2020 is dit herstelplan geactualiseerd. Hieruit blijkt dat gegeven de actuele dekkingsgraad eind 2019 de dekkingsgraad naar verwachting zonder aanvullende maatregelen binnen tien jaar boven de vereiste dekkingsgraad komt.

    Indexering

    Indexering is voorwaardelijk en wordt jaarlijks door het bestuur van PFZW vastgesteld. Er is geen recht op indexering. De indexering is afhankelijk van de financiële positie van PFZW. De beleidsdekkingsgraad eind september 2019 was 97,3%. Conform de financiële opzet en het herstelplan heeft het bestuur van PFZW besloten niet te indexeren (bij een prijsinflatie van 2,6%).

    PFZW heeft de ambitie om de pensioenaanspraken en de ingegane pensioenen jaarlijks aan te passen aan de prijsinflatie. Volgens de financiële opzet financiert PFZW de indexeringsambitie deels uit de premie en deels uit rendement op beleggingen.

    Gegeven de huidige financiële positie is de kans op indexering ook de komende jaren klein. Die verwachting is sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. Volgens het FTK mag pas worden geïndexeerd bij een beleidsdekkingsgraad boven de 110%. Daarnaast moeten de buffers hoog genoeg zijn om deze indexering ook in de toekomst te kunnen blijven geven.

    Waardeoverdrachten

    De Pensioenwet schrijft voor dat de individuele waardeoverdrachten worden opgeschort als bij een van de betrokken pensioenuitvoerders, of beiden, sprake is van een beleidsdekkingsgraad onder de 100%. De beleidsdekkingsgraad van PFZW bevond zich vanaf juni 2019 onder de 100%. Daarom hebben vanaf juni 2019 geen waardeoverdrachten meer plaatsgevonden.

    Daarnaast trad 1 januari de Wet waardeoverdracht klein pensioen in werking. PFZW heeft gekozen voor automatische uitgaande waardeoverdrachten van kleine pensioenen. Uitgaande en inkomende waardeoverdrachten van kleine pensioenen vinden sinds 2019 plaats, ongeacht de dekkingsgraad.

    Premie en toetsing aan de Pensioenwet

    De feitelijke pensioenpremie voor 2019 bedraagt 23,5% over het salaris boven de franchise. Hiervan is 1,1 procentpunt bestemd als VPL-premie voor compensatie Flexpensioen. Naast de reguliere premie van 22,4% valt 0,1%-punt premie vrij uit de premiestabilisatiebestemmingsreserve. Er was in 2019 geen sprake van premiekorting.

    De premie voor arbeidsongeschiktheidspensioen voor 2019 bedraagt 0,6% over salaris boven de AP-franchise.

    PFZW heeft gekozen voor een premiemethodiek op basis van de gedempte premie, omdat dit een stabieler beeld geeft, en er rekening wordt gehouden met beleggingsbeleid en de ambitie. Dit is conform het FTK.

    De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van een verwacht rendement gecorrigeerd voor de ambitie van het fonds.

    PFZW bekijkt vooraf of de premie over 2019 voldoende kostendekkend zal zijn op basis van de gedempte grondslagen. Achteraf wordt de kostendekkendheid op twee manieren getoetst. Op basis van de gedempte kostendekkende premie en op basis van de ongedempte kostendekkende premie.

    De ongedempte kostendekkende premie is gebaseerd op de nominale rentestand van eind 2018 (inclusief Ultimate Forward Rate) met bijbehorende yield van 1,6%. Bij de ongedempte kostendekkende premie wordt geen rekening gehouden met de meeropbrengst vanuit het beleggingsbeleid.

    In onderstaande tabel zijn de verschillende premies uitgesplitst. Wanneer de feitelijke premie (exclusief toevoeging/onttrekking premiestabilisatiebestemmingsreserve) wordt vergeleken met de kostendekkende premies is een positief verschil te bestemmen als een opslag voor herstel van de financiële positie.

      

    Gedempte

     

    Ongedempte

      

    kostendekkende

    kostendekkende

      

    premie

     

    premie

    Pensioenopbouw actieven

     

    8,4%

     

    23,9%

    Premievrije pensioenopbouw AO'ers

     

    0,5%

     

    1,4%

    Ingang Partnerpensioen op risicobasis

     

    0,5%

     

    0,8%

         

    Totaal actuariële inkooppremie

     

    9,4%

     

    26,1%

         

    Opslag voor vereist eigen vermogen

     

    2,3%

     

    6,4%

    Opslag voor de uitvoeringskosten

     

    0,1%

     

    0,1%

    Opslag bestemd voor voorwaardelijke indexering

     

    3,6%

     

    0,0%

         

    Totale kostendekkende premie

     

    15,4%

     

    32,6%

         

    Feitelijke pensioenpremie

     

    22,4%

     

    22,4%

    Onttrekking aan premiestabilisatiebestemmingsreserve

     

    0,1%

     

    0,1%

    Premieoverschot/-tekort

     

    7,1%

     

    (10,1%)

    De feitelijke pensioenpremie (exclusief VPL-premie) van 22,4% is hoger dan de gedempte kostendekkende premie van 15,4%, ook wordt er nog 0,1% premie uit de bestemmingsreserve onttrokken. Hiermee wordt voldaan aan de eis van volgens de Pensioenwet. De ongedempte kostendekkende premie is 32,6%.