Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

14 Financiële positie en financiering

Financiële positie

De actuele dekkingsgraad is gedurende 2021 gestegen van 92,6% naar 106,6%. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste 12 actuele dekkingsgraden op de maandeinden. De reële dekkingsgraad is ook wettelijk gedefinieerd. Dit is de verhouding tussen de beleidsdekkingsgraad en de dekkingsgraad waarbij volledig toekomstbestendig geïndexeerd zou kunnen worden.

De beleidsdekkingsgraad van 99,7% ligt onder de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3% en onder de vereiste dekkingsgraad van 122,2%. PFZW heeft daarom zowel een dekkings- als een reservetekort. De vereiste dekkingsgraad bevat een solvabiliteitsbuffer van 22,2% om de kans om binnen een jaar onder de minimaal vereiste dekkingsgraad (104,3%) te komen, te minimaliseren.

Eind 2021 is het zevende jaareinde dat PFZW een dekkingstekort heeft. Op basis hiervan zou PFZW de pensioenen moeten verlagen totdat de actuele dekkingsgraad minimaal gelijk is aan de minimaal vereiste dekkingsgraad (104,3%). Omdat de actuele dekkingsgraad echter al boven de minimaal vereiste dekkingsgraad ligt, hoeft PFZW de pensioenen per eind 2021 niet te verlagen.

De kritische dekkingsgraad per eind 2021 met een tien jaar hersteltermijn is 97%. Doordat de actuele dekkingsgraad boven de kritische dekkingsgraad van 97% ligt, kan PFZW volgens het herstelplan binnen tien jaar herstellen tot de vereiste dekkingsgraad van 122,2%.

Dekkingsgraden

31-12-2021

31-12-2020

   

Actuele dekkingsgraad

106,6%

92,6%

Beleidsdekkingsgraad

99,7%

88,3%

Reële dekkingsgraad

80,7%

72,4%

Kritische dekkingsgraad1

97%

89%

  • 1   De kritische dekkingsgraad per eind 2021 is gebaseerd op een hersteltermijn van tien jaar en de kritische dekkingsgraad per eind 2020 op een hersteltermijn van twaalf jaar.

Bij het bepalen van de voorziening is gebruik gemaakt van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur. Onderstaande tabel geeft de impact van de verschillende factoren op de ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad weer.

 

2021

2020

   

Dekkingsgraad begin van het jaar

92,6%

99,2%

   

Impact beleggingsopbrengst:

  

- Rendement (exclusief rente- en inflatiemandaat)

12,3%

0,4%

- Rente- en inflatiemandaat

(4,6%)

5,1%

 

7,7%

5,5%

Impact ontwikkeling verplichtingen:

  

- Rentetoevoeging voorziening

0,5%

0,3%

- Marktwaarde verandering

7,2%

(13,3%)

 

7,7%

(13,0%)

Impact premies en uitkeringen:

  

- Premiebijdrage en pensioenopbouw

(1,6%)

(0,6%)

- Verrichten van pensioenuitkeringen

0,1%

(0,1%)

 

(1,5%)

(0,7%)

   

Impact aanpassing actuariële grondslagen

0,0%

1,6%

Indexering

0,0%

0,0%

Overige mutaties

0,1%

0,0%

   

Dekkingsgraad eind van het jaar

106,6%

92,6%

De factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van de dekkingsgraad zijn hieronder toegelicht:

  • Het totaal behaalde rendement in 2021 op de beleggingsportefeuille van PFZW is 8,2%. De reguliere beleggingen zorgen voor een positief rendement. Het behaalde rendement exclusief renteafdekking (13,4%) leidt tot een stijging van 12,3 procentpunt van de dekkingsgraad. Door het negatieve rendement van de renteafdekking (-5,1%) daalt de dekkingsgraad met 4,6 procentpunt.

  • Door marktwaardeverandering in de rentetermijnstructuur stijgt de dekkingsgraad met 7,2 procentpunt. Hierbij is gerekend met de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per eind december 2021.
    Sinds 1 januari 2021 wordt de methodiek voor het bepalen en toepassen van de Ultimate Forward Rate (UFR) aangepast om meer aan te sluiten bij de marktrente. De aanpassing wordt stapsgewijs doorgevoerd van 1 januari 2021 tot 1 januari 2024. Deze aanpassing heeft invloed op de waardering van de pensioenverplichtingen. De eerste stap zorgde voor een daling van de actuele dekkingsgraad met 1,5 procentpunt per 1 januari 2021. De impact van deze stap is meegenomen in bovenstaande tabel als onderdeel van de marktwaardeverandering.

  • Door premiebijdrage en pensioenopbouw daalt de dekkingsgraad met 1,6 procentpunt. De premiedekkingsgraad was gedurende 2021 lager dan de actuele dekkingsgraad.

De ontwikkeling van de dekkingsgraad in 2021 was als volgt.

Herstelplan

Aangezien de beleidsdekkingsgraad van PFZW onder de vereiste dekkingsgraad ligt, heeft PFZW in 2015 een herstelplan ingediend. Dit herstelplan wordt jaarlijks geactualiseerd, waarbij wordt getoetst dat binnen tien jaar de beleidsdekkingsgraad weer boven de vereiste dekkingsgraad komt. In 2022 is dit herstelplan geactualiseerd. Hieruit blijkt dat gegeven de actuele dekkingsgraad eind 2021 de beleidsdekkingsgraad naar verwachting zonder aanvullende maatregelen binnen tien jaar boven de vereiste dekkingsgraad komt.

Voor de voorziening pensioenverplichtingen in het herstelplan wordt uitgegaan van de actuariële bestandsgrondslagen en de nominale rentetermijnstructuur per balansdatum zoals die door DNB wordt gepubliceerd. Wijzigingen in de rentetermijnstructuur vanaf 1 januari 2022 zijn niet meegenomen in het herstelplan. De actuele dekkingsgraad als startpunt van het herstelplan is daarom hoger dan de actuele dekkingsgraad per 1 januari 2022, zie paragraaf Gebeurtenissen na balansdatum.

Indexering

Indexering is voorwaardelijk en wordt jaarlijks door het bestuur van PFZW vastgesteld. Er is geen recht op indexering. De indexering is afhankelijk van de financiële positie van PFZW. De beleidsdekkingsgraad eind september 2021 was 96,5%. Conform de financiële opzet en het herstelplan heeft het bestuur van PFZW besloten niet te indexeren (bij een prijsinflatie van 2,7%).

PFZW heeft de ambitie om de pensioenaanspraken en de ingegane pensioenen jaarlijks aan te passen aan de prijsinflatie. Volgens de financiële opzet financiert PFZW de indexeringsambitie deels uit de premie en deels uit rendement op beleggingen.

Waardeoverdrachten

De Pensioenwet schrijft voor dat de individuele waardeoverdrachten worden opgeschort als bij een van de betrokken pensioenuitvoerders, of beiden, sprake is van een beleidsdekkingsgraad onder de 100%. De beleidsdekkingsgraad van PFZW bevond zich tijdens 2021 onder de 100%. Daarom hebben er in 2021 geen waardeoverdrachten plaatsgevonden.

In het kader van de Wet waardeoverdracht klein pensioen heeft PFZW gekozen voor automatische uitgaande waardeoverdrachten van kleine pensioenen. Voor wat betreft de inkomende automatische waardeoverdrachten is PFZW verplicht om hieraan mee te werken. Uitgaande en inkomende waardeoverdrachten van kleine pensioenen vinden sinds 2019 plaats, ongeacht de dekkingsgraad.

De Inkomende waardeoverdrachten bevat ook de slotindexatie van Stichting Pensioenfonds Tandtechniek. Zie  noot 25.1 voor nadere toelichting op de waardeoverdrachten.

Premie en toetsing aan de Pensioenwet

De feitelijke pensioenpremie voor 2021 bedraagt 25,0% over het salaris boven de franchise. Er was in 2021 geen sprake van premiekorting. De premie voor arbeidsongeschiktheidspensioen voor 2021 bedraagt 0,5% over salaris boven de AP-franchise.

PFZW heeft gekozen voor een premiemethodiek op basis van de gedempte premie, omdat dit een stabieler beeld geeft, en er rekening wordt gehouden met beleggingsbeleid en de ambitie. Dit is conform het FTK. De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van een verwacht rendement gecorrigeerd voor de ambitie van het fonds.

PFZW bekijkt vooraf of de premie over 2021 voldoende kostendekkend zal zijn op basis van de gedempte grondslagen. Achteraf wordt de kostendekkendheid op twee manieren getoetst. Op basis van de gedempte kostendekkende premie en op basis van de ongedempte kostendekkende premie. De ongedempte kostendekkende premie is gebaseerd op de nominale rentestand van eind 2020 (inclusief Ultimate Forward Rate) met bijbehorende yield van 0,5%. Bij de ongedempte kostendekkende premie wordt geen rekening gehouden met de verwachte meeropbrengst vanuit het beleggingsbeleid.

In onderstaande tabel zijn de verschillende premies uitgesplitst. Wanneer de feitelijke premie wordt vergeleken met de kostendekkende premies is een positief verschil te bestemmen als een opslag voor herstel van de financiële positie.

 

Gedempte kostendekkende premie

Ongedempte kostendekkende premie

   

Pensioenopbouw actieven

11,8%

34,3%

Premievrije pensioenopbouw AO-ers

0,7%

2,0%

Ingang Partnerpensioen op risicobasis

0,5%

0,8%

Totaal actuariële inkooppremie

13,0%

37,1%

   

Opslag voor vereist eigen vermogen

2,9%

8,2%

Opslag voor de uitvoeringskosten

0,1%

0,1%

Opslag bestemd voor voorwaardelijke indexering

6,1%

0,0%

   

Totale kostendekkende premie

22,1%

45,4%

   

Feitelijke pensioenpremie

25,0%

25,0%

Premieoverschot/-tekort

2,9%

(20,4%)

De feitelijke pensioenpremie van 25,0% is hoger dan de gedempte kostendekkende premie van 22,1%. Hiermee wordt voldaan aan de eis van volgens de Pensioenwet. De ongedempte kostendekkende premie is 45,4%.